Formaliteiten
Bij de geboorte van je kindje moet je een aantal formaliteiten regelen: de kennisgeving en aangifte van de geboorte, waarbij je meteen de afstamming regelt en je kind een naam geeft.
Informatie over de formaliteiten bij een geboorte, krijg je bij de dienst bevolking van je gemeente.
Je krijgt ook een financieel steuntje in de rug dankzij de geboortepremie, de kinderbijslag en belastingsvoordelen.
Daarnaast heb je recht op postnataal verlof, vaderschapsverlof of kun je ouderschapsverlof nemen om de combinatie arbeid en gezin gemakkelijker te maken.
Kennisgeving van de geboorte
De kraamkliniek of de arts of vroedvrouw meldt de geboorte aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, binnen de eerste werkdag na de bevalling.
Aangifte van de geboorte
Ook de vader, de moeder of beiden moeten aangifte doen van de geboorte. Dit gebeurt met een formulier dat de arts overhandigt onmiddellijk na de bevalling. In sommige kraamklinieken kun je de geboorteaangifte regelen. Is dat niet het geval, dan moet je binnen de 15 dagen na de geboorte naar de ambtenaar van de burgerlijke stand stappen. Je hebt de identiteitskaart van beide ouders nodig. Indien van toepassing, heb je ook de akte van erkenning of het trouwboekje nodig.
De ambtenaar van de burgerlijke stand overhandigt drie of vier uittreksels van de geboorteakte: één is bestemd voor het ziekenfonds, één voor het kinderbijslagfonds en één voor de instantie die een geboortepremie toekent. Als de vader niet de Belgische nationaliteit heeft, is één formulier bestemd voor de ambassade of het consulaat van het land van herkomst.
Deze verplichting geldt ook bij een miskraam of doodgeboorte vanaf 180 dagen zwangerschap.
De afstamming vaststellen
Door het vaststellen van de afstamming krijg je als vader of moeder ouderlijke bevoegdheden en plichten. De afstamming schept ook verwantschapsbanden ten opzichte van alle familieleden van de ouders. Het kind krijgt een woonplaats, een nationaliteit en een familienaam.
Wanneer ouders ongehuwd zijn
Wanneer ouders gehuwd zijn
Wanneer de ouders ongehuwd zijn
Het moederschap staat automatisch vast bij de bevalling. De naam van de moeder staat vermeld in de geboorteakte. De erkenning van de vader is mogelijk met toestemming van de moeder. Om het kind te erkennen, moeten moeder en vader samen naar het gemeentehuis gaan.
Dit kan al voor de geboorte van het kind. Dan heb je een attest met de vermoedelijke bevallingsdatum nodig. Voor een aantal praktische zaken is het interessant dat het kind erkend is voor de geboorte. De vader kan dan alleen naar het gemeentehuis gaan om de geboorte aan te geven en hij kan het kraamgeld al via zijn werkgever aanvragen. Stel dat de vader overlijdt voor de geboorte, wordt het nog ongeboren kind beschouwd als zijn erfgenaam.
Na de geboorte kan de vader het kind erkennen bij de geboorteaangifte, samen met de moeder. Op deze manier kan het kind de achternaam van de vader krijgen. Ook later kan de vader zijn kind nog erkennen. Als het kind op het moment van de erkenning 12 jaar is, moet het daar zelf ook toestemming voor geven.
Wanneer de ouders gehuwd zijn
Het kind dat geboren wordt binnen het huwelijk of binnen de 300 dagen na de feitelijke scheiding, heeft automatisch de (ex-)echtgenoot van de moeder tot vader.
Dit is niet zo wanneer de moeder hertrouwt binnen de 300 dagen na de ontbinding van het vorige huwelijk. Dan wordt de nieuwe echtgenoot de vader van het kind.
Verder is het mogelijk dat een gehuwde vader een kind erkent van een vrouw die niet zijn echtgenote is. Dat moet goedgekeurd worden door de rechtbank van eerste aanleg waar het kind woont.
Er is één uitzondering op de afstammingsregels. Een kind kan niet erkend worden door meer dan één persoon van hetzelfde geslacht. De afstamming geldt dan alleen voor de eerste persoon die het kind erkend heeft. Kinderen geboren in een holebihuwelijk hebben dus niet automatisch de niet-biologische ouder als ouder. Hiervoor moet je een adoptieprocedure opstarten. Lees verder bij adoptie.
Een naam geven
Als de afstamming vaststaat van beide ouders krijgt het kind de naam van de vader. Staat de afstamming alleen aan moeders zijde vast, draagt het kind de naam van de moeder. Als het kind al een naam had voordat de afstamming van de vader vast stond, blijft de naam van de moeder behouden. Binnen een jaar na de vaststelling van de afstamming kunnen de ouders dit nog veranderen aan de hand van een verklaring bij de burgerlijke stand.
De keuze van de voornaam van het kind is vrij, maar de ambtenaar van de burgerlijke stand mag bepaalde voornamen weigeren. De naam mag niet verwarrend zijn en niet schadelijk voor het kind en voor anderen. Buiten deze beperkingen is een voornaam geven een persoonlijke keuze. Let er wel op dat een originele naam geen belachelijke naam wordt. Kinderen vinden het niet leuk om opvallend te zijn omwille van hun naam.
Laatst aangepast (vrijdag 20 mei 2011 15:30)


