Kinderbijslag
Elk kind ten laste geeft recht op kinderbijslag. Dit geldt voor elk kind dat jonger is dan 18 jaar en kinderen van 18 tot 25 jaar die nog hoger onderwijs volgen of in wachttijd (voor een werkloosheidsuitkering) zijn en een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan een bepaald bedrag. Ook een adoptiekind of een pleegkind is een kind ten laste en geeft recht op kinderbijslag.
Voor specifieke vragen over je kinderbijslagdossier, wend je je tot het kinderbijslagfonds van je werkgever (werknemers), je personeelsdienst (overheidspersoneel) of je sociaal verzekeringsfonds (zelfstandigen).
Algemene vragen kun je stellen aan de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers – RKW (infolijn kinderbijslag 0800/94 434). Op de website kun je met een calculator de kinderbijslag berekenen.
Zelfstandigen richten zich tot het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen – RVSZ.
Ben je ambtenaar bij de provinciale of lokale overheid, dan kun je je dossier raadplegen bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten – RSZPPO.
Wie betaalt de kinderbijslag?
- De kinderbijslag van werknemers in de privé-sector wordt betaald door het kinderbijslagfonds van de werkgever. Om kinderbijslag te ontvangen, moet je de geboorteakte van de burgerlijke stand overhandigen aan het kinderbijslagfonds.
- Ben je statutair ambtenaar bij de overheid, dan krijg je kinderbijslag via de overheid zelf. Ambtenaren krijgen kinderbijslag voor alle kinderen tot 21 jaar, ongeacht of zij nog verdere studies doen of niet. Contractuelen in overheidsdienst krijgen hun kinderbijslag van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers.
- Voor werklozen wordt de kinderbijslag door het kinderbijslagfonds van de laatste werkgever betaald. Als je nog nooit gewerkt hebt, richt je je rechtstreeks tot de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers.
- Als één van de ouders zelfstandige is, wordt het kinderbijslagstelsel van de loontrekkende toegepast. Als beide zelfstandig zijn, betaalt de kas waarbij je aangesloten bent de kinderbijslag.
Hoeveel kinderbijslag?
Ieder kind geeft recht op een basisbedrag aan kinderbijslag, eventueel vermeerderd met een sociale toeslag en een leeftijdstoeslag. Daarnaast bestaan er nog specifieke toeslagen.
• Basisbedrag. Voor het eerste kind is dit € 83,40, het tweede kind € 154,33 en de derde en volgende kinderen € 230,42 (van toepassing sinds juli 2009). Ben je zelfstandige, dan ontvang je hetzelfde voor het tweede en derde kind, maar een eerste kind ontvangt € 78.
• Specifieke toeslagen. Ben je alleenstaande ouder, dan krijg je een verhoging van de kinderbijslag met € 42,46 euro voor het eerste kind, € 26,32 euro voor een tweede kind en € 21,22 euro voor een derde kind, als je inkomen een bepaalde grens niet overschrijdt. Kinderen met een handicap kunnen genieten van een verhoogde kinderbijslag tot 21 jaar, naargelang de ernst van de (gevolgen van de) aandoening. Is er één ouder overleden en woont de overlevende ouder alleen, dan heb je recht op de zogenaamde wezentoeslag.
• Sociale toeslag. Invalide werknemers, werknemers met een handicap, gepensioneerden en ouders die minstens 6 maanden werkloos of ziek zijn en die een begrensd inkomen hebben, kunnen een verhoogde kinderbijslag krijgen.
• Leeftijdstoeslag. Telkens je kind een bepaalde leeftijd bereikt (6 jaar, 12 jaar en 18 jaar), verhoogt de kinderbijslag. De leeftijdstoeslag is hoger voor tweede en volgende kinderen, kinderen van een alleenstaande ouder en kinderen met een aandoening.
De kinderbijslag wordt maandelijks uitbetaald.
In augustus wordt een jaarlijkse leeftijdstoeslag toegekend: voor kinderen tot 5 jaar is dat 25,50 euro, van 6 tot 11 jaar 54,12 euro, van 12 tot 17 jaar 75,77 euro en van 18 tot 24 jaar 51 euro.
Gescheiden?
Ben je gescheiden, dan ontvangt de moeder de kinderbijslag. Je kunt echter samen beslissen de kinderbijslag op een gezamenlijke rekening te storten. Is het de vader die de kinderen opvoedt en wil hij de kinderbijslag ontvangen, dan kan hij dit vragen aan het kinderbijslagfonds als de kinderen bij hem wonen of hij kan de rechtbank vorderen.
Wanneer de ene ouder zelfstandige is en de andere ouder loontrekkende, dan zal de loontrekkende ouder de kinderbijslag ontvangen.
Nadat het kind 18 jaar geworden is, wordt de kinderbijslag toegekend aan de ouder bij wie het kind woont.
Gescheiden ouders die de kinderbijslag van hun kinderen ontvangen en die met een nieuwe partner een nieuw samengesteld gezin vormen, kunnen de kinderbijslag groeperen voor de verschillende kinderen. Zo krijg je een verhoogde kinderbijslag voor kinderen in een volgende rang (tweede of derde kinderen).
Laatst aangepast (dinsdag 22 juni 2010 15:30)


